Multiple choice test

  1. Het verschil tussen alternerende stroom (AC) en directe stroom (DC) is:
  2. dat alternerende stroom van waarde verandert en directe stroom niet
  3. dat alternerende stroom van richting verandert en directe stroom niet.
  4. Zowel (a) en (b) is juist
  5. Zowel (a) en (b) zijn niet juist
  6. Gedurende 1 cyclus bereikt een sinusgolf zijn maximale waarde
  7. een keer
  8. twee keer
  9. vier keer
  10. een aantal keren, afhankelijk van de frequentie
  11. Een sinusgolf met een frequentie van verandert sneller in de tijd dan een sinusgolf met een frequentie gelijk aan:
  12. 12000 Hz
  13. 1,7 MHz
  14. Een sinusgolf met een periode gelijk aan verandert met een hogere snelheid dan een sinusgolf met een periode van
  15. 0,0025 s
  16. Als een sinusgolf een frequentie heeft van dan zijn er in
  17. 5 cycli doorlopen
  18. 50 cycli doorlopen
  19. 500 cycli doorlopen
  20. 5000 cycli doorlopen
  21. Als de amplitude van een sinusgolf gelijk is aan dan is de peak-to-peak spanning gelijk aan
  22. Geen van deze opgegeven spanningswaarden
  23. Als de amplitude van een sinusgolf gelijk is aan dan is de effectieve waarde gelijk aan
  24. De gemiddelde spanning van een sinusgolf met amplitude over een volledige periode is gelijk aan
  25. De gemiddelde spanning over een halve periode van een sinusgolf met maximale spanning gelijk aan is
  26. Een bepaalde sinusgolf heeft een positief gaande kruising met de horizontale as bij en een andere sinusgolf heeft deze kruising op . De onderlinge faseverschuiving tussen beide sinusgolven bedraagt:
  27. Geen van deze
  28. De momentele stroomwaarde van een sinusgolf met amplitude op na de positief gaande kruising met de horizontale as is gelijk aan
  29. Als de effectieve stroom door een weerstand gelijk is aan , dan is de effectieve spanningsval over de weerstand gelijk aan
  30. Twee weerstanden staan in serie over een wisselspanningsbron. Als er een spanningsval van effectieve spanning over de eerste weerstand staat en een spanningsval van effectieve spanning over de tweede staat, dan is de maximale spanning van de wisselspanningsbron gelijk aan
  31. Een pulsgolfvorm bestaat uit pulsen van . De duty cycle is gelijk aan
  32. Kan met deze gegevens niet bepaald worden
  33. De duty cycle van een blokgolf
  34. varieert met de frequentie.
  35. varieert met de pulsbreedte.
  36. Zowel (a) als (b) is juist
  37. is .
  38. Een driehoeksgolf met frequentie 1 kHz en peak-to-peak waarde van heeft een slope van

results matching ""

    No results matching ""