Multiple choice test
In een parallelschakeling heeft iedere weerstand :
- Dezelfde stroom
- Dezelfde spanning
- Hetzelfde vermogen
- Alles dat hierboven is vermeld
Als een weerstand van in parallel wordt geschakeld met een weerstand van is de totale vervangingsweerstand:
- Groter dan
- Groter dan maar kleiner dan
- Kleiner dan maar groter dan
- Kleiner dan
Een parallelschakeling bestaat uit een , en . De totale weerstand van deze parallelschakeling is ongeveer:
- Er worden 8 weerstanden in parallel geschakeld. De twee kleinste weerstanden zijn beide . De totale weerstand van de parallelschakeling:
- Kan niet bepaald worden met deze gegevens
- Is groter dan
- Is kleiner dan
- Is kleiner dan
- Als een bijkomende weerstand mee in parallel geschakeld wordt zal de totale weerstand van deze parallelschakeling:
- Dalen
- Stijgen
- Blijft hetzelfde
- Stijgt met de waarde van de toegevoegde weerstand
- Als één van de weerstanden uit een parallelschakeling wordt verweiderd zal de totale weerstand van deze parallelschakeling :
- Dalen met de waarde van de verwijderde weerstand
- Hetzelfde blijven
- Stijgen
- Verdubbelen
- Aan een bepaald knooppunt komen twee stroompaden toe. De stromen die hierin vloeien zijn en . De totale stroom die van het knooppunt wegvloeit is gelijk aan :
- Kan men niet weten met deze gegevens
- Groter dan de twee toekomende stromen
- Volgende weerstanden worden in parallel geschakeld over een spanningsbron: en . De weerstand waardoor de kleinste stroom vloeit is :
- Het is niet mogelijk dit te bepalen met de opgegeven gegevens
- Een plotselinge daling van de stroom naar een parallelschakeling toe kan een indicatie zijn dat :
- Een weerstand in de parallelschakeling stuk is of open is
- Een spanningsdaling van de bronspanning
- Zowel (a) als (b)
- De parallelschakeling is kortgesloten
- Een parallelschakeling bestaat uit 4 takken. Door iedere tak vloeit een stroom van . Wanneer één van deze takken onderbroken wordt is de totale stroom door deze parallelschakeling gelijk aan:
- Een parallelschakeling bestaat uit drie takken. Door stroomt , door stroomt en door . De totale stroom wordt opgemeten en bedraagt . Hieruit kan je concluderen dat:
- stuk is
- stuk is
- stuk is
- Het systeem werkt correct
- Door een parallelschakeling met drie takken vloeit een totale stroom gelijk aan . De stroom door de eerste en de derde tak is respectievelijk en . De stroom door de tweede tak is gelijk aan:
- Een parallelschakeling op een PCB bestaat uit vijf weerstanden. Er blijkt een volledige kortsluiting zich te ontwikkelen over één van deze weerstanden. Het meest logische resultaat hiervan is dat:
- De kleinste weerstand in de parallelschakeling zal doorbranden
- Een of meer weerstanden in de parallelschakeling zullen doorbranden
- De zekering in de spanningsbron gaat stuk
- De weerstandswaarden zullen veranderen
- De vermogendissipatie in ieder van de vier paralleltakken van een parallelschakeling is gelijk aan . De totale vermogendissipatie is gelijk aan:
- 1 mW
- 4 mW
- 0.25 mW
- 16 mW